Wat is analytische psychologie?

Analytische psychologie is de naam die Jung na zijn breuk met Freud gaf aan zijn benadering om die te onderscheiden van de psychoanalyse van Freud. Freud en Jung hadden vanaf 1907 een nauwe band, zoals hun jarenlange briefwisseling laat zien. Freud zag in hem zijn kroonprins en opvolger. Maar in 1913 kwam het tot een breuk, die nooit meer geheeld is. Sindsdien zijn er overal ter wereld naast elkaar psychoanalytische verenigingen en verenigingen voor analytische psychologie opgericht. Opvallend is dat die laatste jaren soms juist weer toenadering tot elkaar zoeken.

Jung ontwikkelde met zijn analytische psychologie een eigen begrippenkader, waarbij begrippen als het complex, het collectieve onbewuste, archetypen, de Schaduw, animus en anima, maar vooral het begrip van de individuatie een rol spelen. Jung werkte ook een eigen typologie uit, die echter in zijn latere werk op de achtergrond raakte. Methoden als amplificatie en actieve imaginatie zijn kenmerkend voor de vroege periode van de analytische psychologie. Later ontstonden er verschillende stromingen die elk meer of juist minder waarde aan deze methoden hechten. Het werken met dromen en symbolen is echter in alle stromingen van betekenis gebleven.

Het verschil tussen de opvattingen van Freud en Jung
> Basisbegrippen