Het collectieve onbewuste en archetypen

Jungs hypothese is dat het collectieve onbewuste gestructureerd is door archetypen die zich  – steeds weer opnieuw en in verschillende vormen  –  uitkristalliseren in bijvoorbeeld dromen en visioenen, maar ook in sprookjes, mythen en religie. Bijvoorbeeld het archetype van de Moeder (zowel in haar positieve als in haar negatieve aspecten), dat zich uitkristalliseert in verhalen over moedergodinnen, heksen, of juist de maagd Maria, maar ook in allerlei vormen kan verschijnen in (dag) dromen, fantasieën en visioenen.

Jung beschrijft  archetypen als het Kind, de Schaduw, de Wijze Oude, Animus en Anima, die we in zowel hun positieve als hun negatieve aspecten kunnen herkennen in onze dromen, in sprookjes, mythologieën en religies. Zulke symbolische verhalen en beelden, die elke cultuur kent, zouden ons kunnen helpen om met de inhouden van dit ‘collectieve onbewuste’ in contact te blijven, zonder door de duistere krachten ervan verslonden te worden, en de creatieve energie ervan te kunnen aanwenden en vorm geven.

> Sprookjes